Home Binnenstad Lezingen Excursies Publicaties Berichten Contact

Berichten

Modieus rommelgroen is symboolpolitiek

In Trouw van 22 juli 2019 stond een groot artikel over de transformatie van bepaalde delen van Londen tot een 'nationale parkstad'. De daarbij gevoegde foto sprak boekdelen. De gebouwen gaan schuil onder opklimmend groen, de ruimte staat vol met plantenbakken en boompjes in potten. Enkele smalle stroken blijven open voor auto's en fietsers: de stad overwoekerd door groen. Een post-apocalyptisch schrikbeeld voor wie van stedelijke omgevingen houdt.

Nu is er natuurlijk niets mis met het heroveren van de openbare ruimte door fietsers en voetgangers ten koste van auto’s en vrachtwagens. Integendeel, voor de leefbaarheid van de stad moet dat gebeuren en zal dat ook gebeuren. De vraag die dan rijst, is op welke wijze de vrijkomende ruimte wordt ingericht. Niets doen is geen optie. Het zou betekenen dat de lege ruimte meteen wordt geprivatiseerd door de horeca die de stoepen vol zet met terrassen, plantenbakken en windschermen. In Amsterdam zien we dat overal waar parkeerplaatsen worden opgeheven en je gaat je dan bijna keren tegen het opheffen van parkeerplaatsen, omdat het medicijn nog erger is dan de kwaal. Jammer, want er valt zoveel te winnen wanneer de openbare ruimte wordt bevrijd van geparkeerd blik. Kinderen kunnen weer op straat spelen, bewoners een glas wijn drinken op hun stoep en iedereen kan van de architectuur genieten. Dit is ook noodzakelijk, want de huizen, bruggen en kademuren verzakken door het te zware verkeer.

Eén oplossing hiervoor is de ruimte helemaal vol te zetten met rommelgroen, zoals het Londense voorbeeld laat zien. Ook dat medicijn is erger dan de kwaal. De architectuur wordt onzichtbaar, zelfs aangetast door het opklimmend groen, en de ruimtelijke werking van de straten en grachten wordt teniet gedaan. De bestaande kwaliteiten van de stad, die weer te ervaren zijn door het verwijderen van het verkeer, worden zo direct weer om zeep geholpen. Daar komt nog bij dat het rommelgroen zeer arbeidsintensief is om te onderhouden. Dikke kans dat het er een groot deel van het jaar minder fraai uitziet dan je zou hopen.

Laat ik rommelgroen definiëren als groen dat geen onderdeel vormt van de stedenbouwkundige opzet en het karakter van de buurt, dat de stad ontkent en daardoor bestaande waarden aantast. Het tegenovergestelde daarvan is structuurgroen. In de Amsterdamse binnenstad bestaat dat uit de bomen langs de grachten en uit de binnentuinen, die een onderdeel vormen van het vooraf bedachte stedenbouwkundig plan, uitgevoerd in de stadsuitleggingen van 1613 en 1662. Elders schreef ik al dat de bomen, in tegenstelling tot wat men vaak denkt, daar van begin af aan onderdeel van vormden [Bomen horen op de grachten]. Ze werden gezien als “een sieraad van de stad” en moesten zorgen voor "zoete lucht" en schaduw. Wie een dwarsdoorsnede van het grachtenplan beziet, valt op dat de tuinen een groter oppervlak innemen dan de huizen. De binnenstad, het belangrijkste voorbeeld van vroegmoderne stedenbouw in Nederland, kan gezien worden als een tuinstad avant-la-lettre. Tegelijkertijd hebben de gevelwanden en kademuren een stenig karakter, waardoor een boeiend contrast ontstaat, dat uniek is in de wereld. Die kwaliteiten worden echter aangetast door het toevoegen van rommelgroen.

Bomen zijn structuurgroen wanneer ze een onderdeel vormen van het stedenbouwkundig plan. Bomen nemen bovendien CO2 op uit de lucht en geven zuurstof af en ze houden water vast. Rommelgroen heeft vrijwel geen invloed op de lucht- en bodemkwaliteit. De stad ziet er groen uit, maar in werkelijkheid is dat symboolpolitiek. Een voorbeeld van werkelijke vergroening die geen schade toebrengt aan de bestaande stad is het aanplanten van bomen op locaties die stedenbouwkundig voor de hand liggen. Waarom staan er bijvoorbeeld geen bomen in de Raadhuisstraat tussen het Singel en de Herengracht? Dat is een gedempte gracht waar bomen horen, maar vreemd genoeg zijn weggehaald. Ook de Vijzelstraat kan wel wat bomen gebruiken. En waarom staan er zo weinig bomen op de Rozengracht? Dat kunnen er gemakkelijk twee keer zoveel zijn. Ook veel straten elders in de stad hebben weinig bomen: men wilde vroeger zoveel mogelijk ruimte voor parkeerplaatsen. Opheffen parkeerplaatsen impliceert dat er meer bomen in de straat kunnen staan.

Het opheffen van parkeerplaatsen moet dus gepaard gaan met flankerende maatregelen om structuurgroen te bevorderen en rommelgroen te voorkomen. Ook is het nodig om ervoor te zorgen dat de herwonnen ruimtelijkheid niet verrommeld. Dat betekent toezicht op straat en een effectief wegsturen wanneer iemand het waagt de openbare ruimte blijvend te privatiseren met terrassen, plantenbakken, afscheidingen of andere ongein. Voor sommige plaatsen mag de stad wel terrasvergunningen afgeven, maar niet klakkeloos en altijd moet het einddoel zijn: het voldoende leeg houden van de openbare ruimte die de stad voor zijn schoonheid en vitaliteit nodig heeft.

Opmerkelijk aan het Londense voorbeeld is dat het rommelgroen niet door particulieren is aangelegd, maar onderdeel vormt van een door stedenbouwkundigen bedacht overheidsstreven om op modieuze wijze in te spelen op de wens naar vergroening. Hoe is het mogelijk dat juist zij zich hieraan bezondigen? Iedereen weet toch dat de modernistische stedenbouw, waarin de stad moest opgaan in de natuur, volkomen is mislukt? De bewoners weigerden de stad de rug toe te keren en kozen voor stedelijkheid, zie hoe populair de binnensteden weer zijn geworden. Willen deze stedenbouwkundigen nu gram halen door de 'natuur' (lees rommelgroen) naar de mensen toe te brengen? Je gaat het haast denken.

De zogenaamde vergroening van de stad, zoals getoond door Trouw, is een vorm van symboolpolitiek waar noch de stad noch de natuur iets mee opschiet. De strekking van mijn betoog is dat je bij opheffen van parkeerplaatsen meer bomen moet plaatsen en geen bloemperkjes. Structuurgroen is gewenst, rommelgroen niet.

(23 juli 2019)

[Over deze website]   [Contact opnemen]   [Inloggen]