Anthonie Turck (1667-1725)
Op Keizersgracht 353 bevindt zich in de gevel een borstbeeld dat volgens Pieter Fischer een zelfportret is van Anthonie Turck. Deze beeldhouwer, die hier van 1717 tot 1719 woonde, veroorzaakte in Amsterdam een revolutie op sculpturaal gebied en blies de traditie van gebeeldhouwde geveltoppen nieuw leven in. De toppen van Herengracht 508-510 (1688), Keizersgracht 695 (1689), Herengracht 568-570 (1699), Singel 390 (1699) en Singel 326 (± 1708) geven een beeld van zijn sculpturale werk. Zijn meest monumentale topstuk was Keizersgracht 317 (1713).
Turck was niet alleen beeldhouwer, maar ook uitvinder van een aantal 18de-eeuwse Amsterdamse geveltypen. Zo ontwikkelde hij de halsgevel met het doorboorde bloemmotief in de klauwstukken, waarvan er nog zo'n 140 bestaan, o.m. Herengracht 524 (1698), Keizersgracht 702-704 (1700) en Reguliersgracht 91-93 (1708). Tevens stond hij aan de wieg van de lijstgevel met het omhoog gebogen middengedeelte, vaak rijk versierd met beeldhouwwerk, de zogenaamde verhoogde lijstgevel. Het type met een convexe middenverhoging, dat Pieter Fischer de 'lijstgevel met inzwenkende gedrukt-verhoogde middenpartij' noemde, komt voor het eerst voor bij Amstel 220 (1716). Latere voorbeelden zijn Herengracht 567 (1718), Keizersgracht 282 (±1720) en Prinsengracht 305 (±1720).
Turcks geveltoppen zijn te herkennen aan twee details: de groevenlijst en de bladconsoles. De oude top van Prins Hendrikkade 38 behoort ook tot dit geveltype en kan aan de hand hiervan gedateerd worden op ca. 1720. De groevenlijst komt erin voor, maar de bladconsoles niet, mogelijk zijn die verdwenen bij de herplaatsing in de 19de eeuw. De top is opnieuw herplaatst, nl. op de achtergevel aan het natte Damrak van Warmoesstraat 18. (Verg. Kloveniersburgwal 70.)
De geveltop van Kloveniersburgwal 99 (±1723) lijkt de laatste van Turck te zijn. Hij lijkt zich daarna te hebben teruggetrokken op zijn buitenplaats. Hij was in 1719 Heer van Heemstede geworden.
Laatste wijziging: januari 2020


