Home Binnenstad Objecten Afbeeldingen Berichten Publicaties Contact

Kloosters

De middeleeuwse stad had een groot aantal kloosters. De oude stad binnen het Singel was 36 ha groot, waarvan 6,5 ha (18 %) in beslag wordt genomen door kloosters. Op twee kloosters na lagen in 1544 alle kloosters binnen de stadsmuren. Het overgrote deel van de kloosters binnen de stadsmuren lagen aan de Oude Zijde. Aan de Nieuwe Zijde waren slechts drie kloosters.

Voordat de Alteratie (1578) plaatsvond, ging het al slecht met de kloosters. Er waren nog maar weinig kloosterlingen (in de jaren zestig van de 16de eeuw werden de kloosters bewoond door niet meer dan 300 zusters) en zij konden nauwelijks het hoofd boven water houden. Dit was het gevolg van het uitdoven van de ware kloostergeest, mede veroorzaakt door de nieuwe denkbeelden. In 1565 noemt de stadsregering de kloosters langs de Oudezijds Burgwallen "scamele conventen, die van heur renten nyet en mochten leeven ende met heur hantwerk die cost mosten raepen" (zie Ons Amsterdam 9: p. 93).

Het is dus niet verwonderlijk dat veel Amsterdammers met afgunst naar de kloosters keken: de kloosters waren groene oases in een dichtbevolkte en smerige stad. Bovendien hoefden de kloosterlingen geen accijnzen te betalen en konden zij daardoor des te beter tegen de gewone burgers concurreren. Ook het stadsbestuur stond niet volledig achter de kloosterlingen: de stadsregering trachtte de vestiging van nieuwe kloosters te beletten, enerzijds omdat er voldoende kloosters binnen de stad waren gevestigd, anderzijds omdat de neringdoende burgers schade ondervonden van de werkzaamheden van die instellingen. In 1462 moet de landsregering eraan te pas komen, voordat het Minderbroedersklooster kan worden gesticht. In 1498 worden de timmerlieden en metselaars verboden aan de bouw van het Clarissenklooster mee te werken. Pas in 1513 kan de bouw beginnen, na bemoeienis van het Hof van Holland (zie Ons Amsterdam 8: p. 46). In 1532 wordt het Reguliersklooster door brand verwoest, waarna de stadsregering de herbouw weet te voorkomen met het argument dat de ligging van het klooster, net buiten de stadswal, te gevaarlijk is vanuit het oogpunt van de verdediging van de stad. Echter, de stichting van de kloosters van de Cellebroers en Cellezusters wordt wél begroet, omdat de leden van deze kloosters aan ziekenverzorging doen. We zien dus dat ook al vóór de Alteratie maatregelen tegen de kloosters worden genomen, maar de kloosters worden pas gesloten na de Alteratie. Het ter beschikking van de stad komen van de zestien vrouwen en drie mannenkloosters blijkt van groot belang voor de verdere ontwikkeling van de stad: de stad krijgt veel meer ruimte, omdat een groot deel van de kloosters geleidelijk wordt afgebroken. Bovendien krijgen veel kloostergebouwen in de loop van de jaren een nieuwe bestemming.

Begijnhof

Het Begijnhof, gesticht in 1346, nam een bijzondere plaats in, omdat het geen echt klooster was, maar in sommige opzichten wel op een klooster leek (zie Ons Amsterdam 21: p. 228, 21: p. 306, 27: p. 258, 27: p. 334). Het is geen toeval dat één jaar na het Mirakel de Begijnen zich in Amsterdam vestigden en daarmee is overigens tevens aangegeven dat het Mirakel een positieve invloed op de ontwikkeling van Amsterdam heeft gehad (zie Ons Amsterdam 26: p. 110). Het Begijnhof was bestemd voor vrouwen die zich aangetrokken voelden voor een verlicht kloosterleven. De Begijnen waren niet aan een kloostergelofte, maar wel aan regels van eenvoud en kuisheid gebonden. Zij maakten borduurwerk voor kerken en kapellen en wijdden zich aan onderwijs en ziekenverpleging. Daar de Begijnen geen echte kloosterlingen waren, was het Begijnhof de enige katholieke instelling die na de Alteratie mocht blijven bestaan (zie Ons Amsterdam 21: p. 228). Wel moesten de Begijnen in 1607 de Begijnhofkerk aan Engelse calvinisten (Presbyterianen) afstaan.

Lijst van alle kloosters

Van de vele kloosters in de oude middeleeuwse stad resteert weinig. Toch herinneren vele gebouwen aan de middeleeuwse kloosters, bijvoorbeeld omdat hun geschiedenis teruggaat op de kloosters of omdat de structuur van het kloostergebied bewaard is gebleven. De echte overblijfselen van de middeleeuwse kloosters zijn enkele kloosterkapellen. De 19 kloosters binnen de stadsmuren waren:

  1. Cellezusters klooster, 1475 (OZ Achterburgwal Boomsteeg Zeedijk Molensteeg)
  2. Minderbroedersklooster (ook wel Grauwmonnikenklooster), 1462 (mannenklooster, OZ Achterburgwal Molensteeg (of Minderbroeders steeg) Zeedijk/Nieuwmarkt Bloedstraat; het klooster is gesticht door de welbespraakte Pater Johannes Brugman (van het gezegde) [8:138]; de Grauwmonniken streden tijdens de Hervorming onvermoeid voor het oude geloof, waardoor hun klooster een doelwit was tijdens de Beeldenstorm in 1566, en zijn in 1578, samen met het stadsbestuur, uit de stad gezet) [20:110]
  3. Sint Magdalena van Bethaniën klooster, vóór 1450 (OZ Achterburgwal Bloedstraat Nieuwmarkt/Kloveniersburgwal Oude Hoogstraat; in 1506 werd op last van de stadsregering de Bethaniënstraat opengesteld, in 1550 of 1551 ook de Koestraat, waardoor het klooster beperkt werd tot het gebied tussen de Koestraat en Barndesteeg (toegangspoortje OZ Achterburgwal 117); klooster gesticht voor 'gevallen' doch 'bekeerde' vrouwen; aanvankelijk één van de rijkste kloosters, maar ook dit klooster ontsnapt niet aan de malaise vóór de Alteratie; kapel in 1594 omgezet in Latijnse school (poortje van Barndesteeg 6 is van het vml. woonhuis van Marcus de Vogelaer uit de 16de eeuw); in dit pand bevinden zich overblijfselen van het klooster: gotische balken en kinderbalken en gewelfde kelders [9:89]); kloosterresten bij vml. Huidenvetterssloot) [3:158, 20:110, 21:196]
  4. Sint Paulusbroedersklooster, 1409 (mannenklooster, OZ Achterburgwal Oude Hoogstraat Kloveniersburgwal Korte Spinhuissteeg en verlengde daarvan; klooster omgezet in Proveniershuis (waardoor het St. Jorisgasthuis aan het Rokin kon worden ontruimd), later Oost Indisch Huis, Sint Pauluskerk in 1602 aan Waalse gemeente toegewezen, in 1647 hersteld en in 1661 vergroot: Walenkerk. Het Walenpleintje is waarschijnlijk bij een vergroting in 1641 ontstaan: uit dat jaar stammen enkele huizen aan het Walenpleintje. De Walenkerk is recentelijk gerestaureerd.) [1:143, 3:148, 20:110]
  5. Sint Ursula of Elf Duizend Maagden klooster, vóór 1419 (OZ Achterburgwal Korte Spinhuissteeg en verlengde daarvan Kloveniersburgwal zuidkant Rusland; al in 1562 werd een krankzinnigentehuis opgericht, het latere Dolhuis, in 1596 gehele klooster verbouwd tot Spinhuis; het Spinhuis werd in 1643 door brand verwoest en in 1645 herbouwd) [3:148, 11:248, 19:23, 19:47]
  6. Sint Mariënveld ten Nyen Lichte of Oude Nonnen klooster, 1389 (OZ Achterburgwal sloot 20 m ten zuiden van Slijkstraat Kloveniersburgwal Nieuwe Doelenstraat volgens lijn in verlengde van Staalstraat Oude Nonnenvaart of Nonnensloot, in verlengde van OZ Achterburgwal; ten noorden van het klooster tot aan de Raamsloot, aan de zuidelijke kant van het huidige Rusland, lag een stuk akkerland dat het klooster toebehoorde; één van de oudste en rijkste kloosters; toegang op plaats Gasthuispoortje; samen met Nieuwe Nonnenklooster verbouwd tot Sint Pieters of Binnengasthuis; op de plaats van de boomgaard wordt in 1601 het Oudemannenhuis gebouwd, in 1754 herbouwd) [1:126, 3:146, 8:42, 18:115, 21:31]
  7. Ter Lelie of Nieuwe Nonnen klooster, ±1403 (Grim Oude Nonnenvaart of Nonnensloot Nieuwe Nonnenvaart of Nonnensloot Oude Turfmarkt; één van de oudste kloosters; toegangspoortjes over Grim en tussen vml. DNB gebouw en Sint Bernardusgesticht; samen met Oude Nonnenklooster, verbouwd tot Sint Pieters of Binnengasthuis) [1:126, 18:362, 28:162]
  8. Sint Maria klooster, ±1415 (Rokin Kalfsvelsteeg Nes Langebrugsteeg; in 1541 door brand geteisterd waarvoor de 'ketters' de schuld kregen, de kapel heeft na 1616 dienst gedaan als lakenhal) [16:99]
  9. Cellebroers klooster, 1464 (mannenklooster, Rokin Wijde Lombardsteeg Nes Cellebroerssteeg; de Wijde Lombardsteeg was toen de Cellebroersbeeck, het eerste gedeelte van het Spuitje, dat in 1505 overwelfd werd en in 1550, samen met het overig gedeelte van het Spuitje werd gedempt; de Cellebroers verzorgden de zieken in het pesthuis dat gelegen was tussen de Cellebroerssteeg en de Kalfsvelsteeg, het pesthuis hoorde bij het Sint Pietersgasthuis dat gelegen was tussen de Wijde Lombardsteeg en de Sint Pieterssteeg, iets ten noorden van de Sint Pieterspoort) [16:98, 16:100]
  10. Sint Clara klooster (Nes Kuiperssteeg OZ Voorburgwal Langebrugsteeg), in het vml. huis van Gijsbrecht Douwe [16:99]
  11. Sint Barbara klooster (Nes OZ Voorburgwal, op het terrein van Frascati) [16:99]
  12. Sint Maria Magdalena klooster (Nes Enge Lombardsteeg OZ Voorburgwal St.Barbarenstraat; in 1548 werden gebouwen gebouwd op fundamenten klooster, in 1614 gebruikt voor de Bank van Lening) [1:125, 16:99]
  13. Sint Margaretha of Margrieten klooster (Nes St.Pietershalsteeg OZ Voorburgwal Enge Lombardsteeg, op het terrein van de Brakke Grond; de Sint Pieterskapel, gelegen naast het Margrietenklooster werd de Grote Vleeshal of St.Pietershal, het onderste gedeelte van de Margrietenkapel werd de Kleine Vleeshal, terwijl het bovenste gedeelte ingericht werd als schermzaal, in de 17de eeuw zelfs een korte tijd Chirurgijnskamer (het pleintje aan het Nes ontstond door afbraak van de Kleine Vleeshal in 1779 waardoor de vismarkt meer ruimte kreeg; de Sint Pietershal werd in 1930 afgebroken maar de gevel Oudezijds Voorburgwal 274 met ossekoppen in top is behouden gebleven [9:212]) [16:98]
  14. St. Agnes of Agnieten klooster, 1397 (OZ Voorburgwal noordzijde Agnietenstraat OZ Achterburgwal Grim; de Agnietenkapel werd in 1419 gebouwd, in 1452 afgebrand, in 1470 herbouwd, benedenkerk werd in 1589 ingericht als magazijn van de Admiraliteit, de bovenkerk ging in 1632 de Athenaeum Illustre, de Doorluchtige School, huisvesten, in 1919/21 gerestaureerd door stadsarchitect Kok) [1:143, 3:146, 27:139]
  15. St. Catrijnen of Catharina klooster, vóór 1412 (OZ Voorburgwal denkbeeldige lijn St.Pietershalsteeg Korte Spinhuissteeg OZ Achterburgwal Agnietenstraat; het zuidelijk deel van het vml. stadhuiscomplex, het Prinsenhof, in gebruik genomen door Huiszitten) [3:147, 14:155]
  16. St. Ceciliën of Cecilia klooster, ±1411 (OZ Voorburgwal Prinsenhofsteeg OZ Achterburgwal Prinsenhofsteeg denkbeeldige lijn St.Pietershalsteeg en Korte Spinhuissteeg; het noordelijk deel van het vml. stadhuiscomplex; aan de noordzijde van dit complex bevindt zich een spits torentje dat nog herinnert aan het oude klooster; verbouwd tot het Prinsenhof, voorloper van het huidige gebouw gebouwd in 1661; beroemde gasten van het Prinsenhof: de Graaf van Leicester in 1586, Prins Maurits in 1594 en 1618, Prins Frederik Hendrik in 1628, Maria de Medici in 1638, Prins Willem II in 1642) [1:90, 3:147, 7:98, 14:155]
  17. Clarissen klooster, 1513 (Singel Heilige Weg Kalverstraat; gedeeltelijk gebruikt als Rasphuis, waarvan het poortje aan de Heiligeweg het enige overblijfsel is; op het kloosterterrein werd langs het Singel het Nieuwezijds Huiszitten Aalmoezeniershuis gebouwd, in 1666 gebruikt als Latijnse School toen het Aalmoezeniershuis verplaatst werd naar de Prinsengracht, nu Paleis van Justitie) [3:216, 8:46, 11:367, 13:281, 19:47, 29:374]
  18. Sint Luciën klooster, 1414 (NZ Voorburgwal St.Luciënsteeg Begijnensloot Begijnhof; omgezet in Burgerweeshuis, in 1632 aangrenzende Oude Mannenhuis aan overzijde Begijnensloot als jongens weeshuis bij Burgerweeshuis getrokken, westelijk deel wordt dan meisjes weeshuis; de oude mannen verhuizen naar het Oude Mannenhuis) [1:143, 2:194, 3:146, 15:54]
  19. Sint Geertruiden klooster, vóór 1432 (NZ Voorburgwal Nieuwendijk bij de St.Geertruidensteeg, ten oosten van de Suikerbakkerssteeg).

De 2 kloosters buiten de stadsmuren behoorden tot de oudste kloosters van Amsterdam:

  1. Karthuizerklooster of Haven der Zaligheid, vóór 1394 (waar nu in de Jordaan de Karthuizerstraat ligt; het klooster werd gelijktijdig met het St.Luciënklooster door de stad overgenomen, op dat moment was het klooster reeds in desolate staat) [21:101, 21:178]
  2. Reguliersklooster, 1394 (waar nu de Utrechtsestraat en de Keizersgracht elkaar kruizen; in 1532 door brand verwoest en daarna omgezet in lustplaats) [23:57].

Literatuur

  • I.H. van Eeghen. Vrouwenkloosters en Begijnhof in Amsterdam. Van de 14de tot het einde der 16de eeuw. Amsterdam, 1941
  • Marian Schilder. Amsterdamse Kloosters in de Middeleeuwen. Amsterdam, 1997
  • Diverse afleveringen van Ons Amsterdam, in de tekst hierboven aangegeven

Laatste wijziging: februari 2021

[Over deze website]   [Contact opnemen]   [Inloggen]